Sites en evenementen Motya

Motya

Motya

Marsala (TP)

Motya was het belangrijkste Fenicisch-Punische stadje in het westen van Sicilië, op een klein eiland voor de kust. Er bevond zich een grote ambachtswijk en in de punische tijd lag er rondom het stadje een stadsmuur met stadspoorten om zich tegen de Griekse tirannen te kunnen verdedigen.

Motya

Motya was één van de meest florerende Fenicisch-Punische stadjes in het westelijke Middellandse Zeegebied tot het door de tiran Dionysios van Syracuse in 397 bijna letterlijk met de grond gelijk werd gemaakt. Daarna is het eilandje waar dit stadje op was gebouwd nauwelijks meer bewoond geweest waardoor er na zoveel eeuwen nog relatief veel bewaard is van het oorspronkelijke punische karakter. Dit maakt deze archeologische site zo bijzonder voor archeologen maar ook voor geïnteresseerden. Motya bevindt zich op het eiland San Pantaleo midden in de lagune, de Stagnone van Marsala. De enige manier om de site te bereiken is dan ook per boot.

Van het huis met de mozaïeken naar de Kothon

De aanlegsteiger ligt vlak voor het grote huis dat nu is ingericht als museum, het museo Whitaker, genoemd naar de familie die lange tijd eigenaar is geweest van het eiland. Vlak bij het museum liggen de funderingen van het huis met de mozaïeken, la Casa dei Mosaici. De mozaïeken zijn gemaakt van witte, zwarte en grijze steentjes uit rivierbeddingen. Dit is een unicum, evenals de voorstellingen die ermee gemaakt zijn; een leeuw die een stier en een gevleugelde griffioen die een hert-achtige aanvalt. Even verderop is de bouwstijl zichtbaar, opus africanum, die bestaat uit rechtop staande grote stenen met daartussen kleinere stenen als opvulling. Het geheel werd bepleisterd en er werd ook gebruik gemaakt van stenen van gedroogde klei voor de bouw. Deze techniek werd nog tot in de jaren vijftig en zestig gebruikt om huizen van te bouwen.

De hele stad werd beschermd door een stadsmuur en delen daarvan zijn nog te zien als je het pad langs de buitenkant volgt. Bijzonder is de structuur die casermetta wordt genoemd. Het is niet duidelijk of dit deel uitmaakt van de stadsmuur of later aangelegd is. De bouwstijl werd namelijk ook nog door de Byzantijnen veelvuldig gebruikt. Vanaf de casermetta is het niet ver lopen naar de zuidelijke poort. Hier is ook een schitterend uitzicht over de kaap met Marsala. Naast de zuidelijke poort ligt een kothon, een rechthoekige uitgegraven bassin dat naar men eerst aannam dienst deed als binnenhaven of als droogdok. Het is bekend dat deze in latere tijd als zoutpan is gebruikt. Kothon is een griekse benaming voor dit soort bassins dat ook in Libanon en in Karthago (Tunesië) is terug gevonden. De Kothon is verbonden met de zee middels een kanaal dat afgesloten kon worden. Naast de Kothon zijn de resten van een tempel complex gevonden, deze opgravingen zijn door de Universiteit van Rome gedaan in de afgelopen jaren. Uit de resultaten van deze opgravingen maakt men nu op dat de Kothon deel uitmaakte van dit tempelcomplex, ook omdat een zoetwaterbron het bassin voedt.

Van de kothon naar het heiligdom, de Cappiddazzu

Vanaf de kothon loopt het pad terug naar het museum. Achter het museum bevindt zich het huis van de Amforen, la Casa delle Anfore. Bij opgravingen werden grote aantallen amforen gevonden waar het zijn naam aan te danken heeft. Het pad loopt verder dwars over het eiland naar de noordzijde. Tot op heden is nog maar een klein deel van Motya opgegraven. Ooit was het hele eiland waarschijnlijk bebouwd, en volgens de klassieke schrijvers stonden er huizen tot zes verdiepingen hoog zoals dat ook in Tyrus en Karthago moet zijn geweest. Aan de noordwest kant bevindt zich de tophet, het openlucht heiligdom van de Fenicisch-Punische tijd waar, naar men aannam, de urnen van de geofferde kinderen werden bijgezet. Hier zijn inderdaad veel urnen gevonden met de asresten en ook veel steles, votief stenen met afbeeldingen die ook te zien zijn in het museum. Ten oosten van de tofet bevindt zich de necropolis, de begraafplaats. Behalve deze begraafplaats werd er ook een begraafplaats op het vasteland gebruikt, aangezien de ruimte beperkt was op het eiland. Rond 397 is een nieuwe stadsmuur, die werd gebouwd onder de dreiging van de oorlog met Syracuse, dwars over de necropolis aangelegd.

In dit deel van Motya zijn de meeste opgravingen gedaan waarbij een deel van de ambachtswijk is blootgelegd. In Motya was er grote bedrijvigheid, er werd aardewerk geproduceerd en er werden stoffen geverfd met de purper van de purperslak. Vlak bij deze wijk lag ook een groot tempelcomplex, de Cappiddazzu. De naam van het heiligdom is ontleend aan een legende van een rondzwervende geestesverschijning met een grote hoed, cappiddazzu in het siciliaans. Aan welke godheid het heiligdom was gewijd is niet bekend, wel is vlak in de buurt de meest bijzondere vondst gedaan, die van het marmeren manshoge beeld van de “jongeling van Mozia”. Dit beeld is te zien in het museum. Ongetwijfeld moet de ligging van dit heiligdom samenhangen met de ambachtswijk die daarnaast lag en de nabijheid van de buitenhaven van Motya.

De noordelijke poort en de verhoogde weg naar het vasteland

De ambachtswijk en het heiligdom bevinden zich vlak achter de noordelijke poort. Van deze toegangspoort is nog heel goed te zien hoe groots deze moet zijn geweest. Er zijn twee rijbanen, en elke rijbaan (de karresporen zijn in het plaveisel van de weg gesleten) kon afgesloten worden met twee stel poorten. De plaats waar de scharnieren in draaiden zijn nog goed te zien. De bastions aan beide zijden zijn nog anderhalf tot twee meter hoog zichtbaar. De weg die door de poort liep voerde over een verhoogde weg dwars door de lagune naar de oever ten noorden van het eiland, bij Birgi waar ook de begraafplaats was. Deze verhoogde weg is nu geheel onderwater door de zeespiegel stijging, maar op satelliet foto's is deze nog duidelijk te zien. Tot in de jaren vijftig reden de Siciliaanse boeren met hun karren over de weg, door het water, naar het eiland waar ze wijn verbouwden. Onder water zijn nog sporen van kades teruggevonden waar de schepen konden aanmeren. In een poging Dionysius tegen te houden hadden de inwoners van Motya de verhoogde weg doorgebroken zodat de rammen en aanvalstorens niet tot aan de stad konden komen.

Naar het zuiden toe loopt het pad verder langs de rand waar nog verdedigingsmuren te zien zijn. Het pad loopt door tot aan de steiger, het beginpunt. Rond het museum staan nog enkele gebouwtjes en huisjes. Één daarvan is de oude wijnmakerij waarvan de vloer is opengebroken. Men vermoed dat onder het museum dat op het hoogste punt staat nog veel meer belangrijke gebouwen hebben gestaan. Het museum Whitaker is een juweeltje op zich met een boeiende collectie, niet in het minst vanwege de jongeling van Motya, maar ook door de versiering van de noordelijke poort met twee leeuwen die een stier aanvallen. Daarnaast is het de moeite waard een kijkje te nemen in de centrale molen van de Saline di Ettore Infersa eenmaal weer aan wal.

Bibliografie

Ciasca, A. et al. 1989, Mozia, Roma
Servadio, G. 2004, Mozia, alla scoperta di una civiltà scomparsa, Palermo
Volpi, A., M.P. Toti 2004, Motya, nel mondo dei fenici, Marsala
Nigro, L. 2009, Recenti scoperte dell'Università di Roma 'La Sapienza' a Mozia (2002-2006): il Tempio del Kothon, la Casa del sacello domestico, il Basamento meridionale e la Fortezza Occidentale in: Ampolo C. ed., Immagine e immagini della Sicilia e di altre isole del Mediterraneo antico Vol II, Pisa

Adres: Isola San Pantaleo, veerboot voor bezoekers vanaf de Saline di Ettore Infersa

Openingstijden: zomer 09:30 - 18:30 (april tot en met oktober), winter 09:00 - 15:00

Prijzen: Euro 9,00 (studenten Euro 5,00 en groepen Euro 6,00) exclusief overtocht

Site: Fondazione Whitaker
Universiteit van Rome "La Sapienza"

De informatie is bijgewerkt voor 2016 maar prijzen en openingstijden kunnen variëren

Laatst gewijzigd 06/09/2016

Index

©2019 Motya.info Sitemap Privacy Contact